Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

Henriët helpt als opruimcoach in moeilijke tijden

"Ik spreek de taal van de nabestaanden"

Als kind groeit ze op naast een uitvaartcentrum. Dat zorgt ervoor dat ze al vroeg leert dat de dood bij het leven hoort. Maar het verdriet blijft haar zelf ook niet bespaard: al jong verliest ze haar vader en vier jaar geleden overlijdt ook haar partner. Juist door die ervaringen weet ze hoe moeilijk het is om spullen van overledenen uit te zoeken. Om anderen daarmee te helpen, start ze haar eigen bedrijf: ‘Een Samenloop.’

“Mijn vader overleed aan een zwaar hartinfarct toen ik dertien was”, vertelt Henriët. Een verdrietige periode volgt, waarin ze ziet dat haar moeder het lastig vindt om de draad weer op te pakken. “Mijn moeder vond het moeilijk om met zijn dood om te gaan. Zo hield ze bijvoorbeeld heel erg vast aan spullen die van mijn vader waren”, herinnert Henriët zich.

Niet opkroppen

Bijna vier jaar geleden overkomt Henriët hetzelfde als haar moeder ruim veertig jaar geleden: haar partner overlijdt aan een hartinfarct. Haar jongste dochter is dan – net als zij destijds – dertien jaar. “Dat kun je zien als rampzalig, maar het had ook een voordeel: ik wist precies hoe mijn kinderen zich voelden. Juist omdat ik hetzelfde heb meegemaakt, kon ik ze bewust meegeven: ‘Krop je gevoel niet op. Schreeuw het er desnoods uit… ‘

“Het leven stopt niet..”

Naast het verdriet van haar dochters, moet Henriët ook zelf een weg vinden in het rouwproces. “Professionele hulp en praten – heel veel praten – helpt daarbij”, vertelt ze. Daarnaast houdt ze zich vast aan wat haar man haar meegeeft: “Hij zei altijd tegen mij: “Je moet niet zoals je moeder worden. Niet blijven hangen in triestigheden, want dan sluiten mensen zich van je af.” Hoewel die opmerking Henriët altijd bijblijft,  begrijpt ze pas echt wat hij bedoelt ná zijn overlijden: “Toen hij er niet meer was, dacht ik: ‘Daarom zei hij dat altijd tegen me… Hij wilde me duidelijk maken dat het leven niet stopt als een dierbare overlijdt – ook al voelt dat soms wel zo.”

Het leven stopt niet als een dierbare overlijdt, al voelt dat soms wel zo

Verzamelaar

Stukje bij beetje begint ze met het opruimen van zijn spullen: “Mijn man was een verzamelaar”, lacht ze.  Ze begint met zijn kleding: “Als ik de kast opendeed en ik zag zijn kleren hangen, werd ik daar verdrietig van. Daarom ben ik daarmee begonnen. Eerst een stapeltje met kleren die ik sowieso wilde bewaren, daarna met kleren die ik niet zo mooi vond en weg mochten. Op een gegeven moment haal je dan ook zijn jas van de kapstok. Het is een proces, dat heel lang kan duren”, vertelt ze.

Motor

Het moeilijkste vindt ze het weg doen van zijn motor. “Elke keer als ik in de schuur kwam, dacht ik: ‘Hij staat er weer, zielig te staan. Maar mijn kinderen vonden het, net als ik, lastig om ‘m weg te doen. Uiteindelijk hebben we – in goed overleg – toch besloten ‘m te verkopen. Niet aan een vreemde, want dat voelde niet goed.” In haar kennissenkring vindt ze een gegadigde die de motor koopt én opknapt. “Toen hij de motor ophaalde, hebben we ‘m uitgezwaaid zoals we deden als mijn man wegreed. En weet je wat bijzonder was? Hij zei tegen mijn dochters: ‘Als je de motor nog eens wilt horen, dan kom ik gewoon langs!” Op deze manier afscheid nemen, voelt goed voor Henriët: “Als je ergens afscheid van moet nemen, doe dat dan op de mooist mogelijke manier”, tipt ze. “Bij de motor maakten we er een ritueel van en namen we foto’s. Daarna is het voor ons ook klaar.”

 

Professional organizing

Hoewel Henriëts interesse voor het vak ‘professional organizing’ al een paar jaar eerder is gewekt, vormt het overlijden van haar man de indirecte aanleiding om die nieuwsgierigheid handen en voeten te geven. “Ik werk parttime in een kookwinkel en wilde er écht wat bij doen”, geeft ze aan. Dus volgt ze de opleiding tot ‘professional organizer bij Els Jacobs. Al tijdens die opleiding valt Henriët iets op: “Heel vaak komen mensen in de problemen doordat ze geen afstand kunnen nemen van spullen van overleden dierbaren. Toen dacht ik: “Daar moet ik iets mee. Ik spreek natuurlijk de taal van de nabestaanden.”

Wonderlijk gesprek

Maar nabestaanden zijn niet de enige doelgroep waar Henriët zich op richt. “In de kookwinkel raakte ik in een bijzonder gesprek met een jonge vrouw die niet lang meer te leven had. Ze vertelde dat ze niet wist hoe ze het voor haar dochter achter moest laten.” Dat zet Henriët aan het denken: “Ik dacht: ‘Jeetje, het zal je maar gebeuren dat je hoort dat je niet meer zo lang te leven hebt.. Hoe zou ik het dan achter laten voor mijn kinderen?”’ Het triggert Henriët om ook mensen te helpen die zich in hun laatste levensfase begeven en zelf hun spullen uit willen zoeken.

 

Iemand is niet weg als je zijn spullen weg doet, hij zit in je hart

“Als je loslaat, hoef je niet te vallen”

Dat de drempel hoog is om iemand als opruimcoach in te schakelen, ondervindt ze regelmatig. “De grootste drempel is angst”, weet ze. “Je moet een onbekende letterlijk en figuurlijk binnen laten en daar persoonlijke dingen mee delen. Dat is voor veel mensen een grote stap. Ook zijn mensen bang voor wat er gebeurt als de uitgezochte spullen eenmaal weg zijn. Maar iemand is niet weg als je de spullen weg doet, want iemand zit je in je hart”, legt ze uit.

Eigen regie

Praten, een vertrouwensband opbouwen en eigen regie zijn volgens haar sleutelwoorden tijdens haar werk. “Ik geef duidelijk aan dat zíj de regie hebben, niet ik. Ik heb dingen van mijn man bewaard die anderen waarschijnlijk allang hadden weggegooid. Het zit ‘m niet in de grote dingen, maar vaak in de kleine, persoonlijke spullen.”

Rust in je hoofd

“Je kunt jezelf afvragen: wat voor waarde heeft het voor mij om dit te bewaren? Stel, je partner had een goede herinnering aan een bepaald boek. Bewaar je dat dan omdat het zijn herinnering was, of omdat het je eigen herinnering is? Als maatstaf hanteer ik: ‘Waar word je verdrietig van en waar word je blij van?’ Verzamel spullen om je heen waar jij een goed gevoel van krijgt. Mijn ervaring is dat opruimen uiteindelijk écht rust in je hoofd geeft.”

 

 

Reacties