Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

Karen Den Dekker leert kinderen met autisme koken

“Ik vind het heel fijn dat kinderen hier zichzelf kunnen zijn”

Als Karen den Dekker eind 2005 haar kantoorbaan bij GGZ Eindhoven opzegt, staat ze voor een spannend besluit: wat gaat ze nu doen? Omdat ze koken én kinderen leuk vindt, is de keuze snel gemaakt: kooklessen aan kinderen geven. Ze verbouwt haar keuken, zet een advertentie in de plaatselijke krant en binnen no time melden acht kinderen zich aan. Eén van hen is een autistisch jongetje, dat een paar straten verderop woont. Karen ziet dat hij andere behoeften heeft dan de overige kinderen. Het luidt het begin in van kooklessen, speciaal gericht op kinderen met autisme.

Hij wilde meer aandacht, meer ruimte, meer tijd. Eigenlijk gewoon een kleiner groepje. Dat merkte ik aan zijn opmerkingen en gedrag”, herinnert Karen zich. Daarom besluit ze om hem ’s zaterdags – samen met een ander kind – kookles te geven. En dat pakt goed uit: “Inmiddels is hij kok”, lacht Karen. Nu geeft Karen elke zaterdag kookles aan kinderen met autisme.

 

Ervaringsdeskundige

Ze heeft de afgelopen jaren niet alleen heel veel over autisme gelezen, ook haar achtergrond als pedagoog komt goed van pas. Daarnaast is ze ervaringsdeskundige: “Eén van mijn twee kinderen heeft autisme”, vertelt ze. Doordat het om één van haar twee kinderen gaat, ziet ze duidelijk verschil: “Van een kind zonder autisme is het voor een ouder makkelijker om het gedrag te lezen dan van een kind met autisme. Het sluit aan bij wat je ongeveer verwacht. Mijn zoon stelde op zijn vierde nooit ‘waarom’-vragen, maar nu ‘ie 13 is, doet hij dat volop. Zo kan de ontwikkeling van een kind met autisme heel anders gaan dan gemiddeld. Dat kan voor ouders en leerkrachten best moeilijk zijn. Ik merk soms ook dat als ouders in het begin bij me komen, ze echt even hun verhaal kwijt willen.”

Structuur

Naast meer aandacht en meer tijd, biedt Karen de kinderen vooral veel structuur. Dat begint al met een schema: “Ik maak altijd een A4’tje, waarop de datum, de naam van de kinderen en de planning voor die dag staat. Dus bijvoorbeeld dat we eerst viskoekjes gaan maken, dan afwassen en daarna pudding maken”, legt Karen uit. Dat schema ondersteunt ze visueel en bouwt ze ‘extra logisch’ op. “Ik heb gemerkt dat extra houvast voor deze kinderen heel fijn is. Zo had ik een keer een meisje, dat in een recept ‘één halve citroen’ las. Maar op het plaatje dat erbij stond, zag ze een doormidden gesneden citroen. Twee halve citroenen dus. Daardoor raakte ze in de war: ‘Wat is het nou?’”

Karen helpt met het snijden van een ui.

Niet alles makkelijk maken

Meer duidelijkheid bieden, maar tegelijkertijd kinderen uitdagen zich te ontwikkelen. Dat doet Karen in haar lessen. “Dat ze meer houvast nodig hebben, wil niet zeggen dat ik alles makkelijk maak. Ik leg niet altijd alle ingrediënten en kookspulletjes netjes voor ze klaar. Zo heb ik in mijn woonkamer een groenteschaal staan. Stel dat we ratatouille gaan maken, dan geef ik ze het recept en laat ik ze zelf de ingrediënten pakken. Maar ik leg er ook groenten tussen die je niet nodig hebt, zoals venkel. Of de courgette naast de komkommer.” Op die manier kan Karen het gedrag van de kinderen goed observeren. Tijdens het observeren let ze op vier aspecten: motoriek, taal, sociale vaardigheden en planning. “Sommige kinderen willen niet laten merken dat ze het niet weten, terwijl andere kinderen de hulpvraag stellen. Niet alleen wat ze zeggen, maar ook wat ze doen, zegt heel veel.” Met de ouders bespreekt Karen wat haar opvalt. “Vaak is de herkenning groot en kan ik daarop voortborduren.”

Zalmbroodjes en soep

Koekjes, muffins, zalmbroodjes, gehaktballen of soep. Niks is Karen te gek. “Het ligt er natuurlijk aan wat de kinderen leuk en lekker vinden”, vertelt ze. Topfavoriet is taart, maar soms zit er ook iets bij wat de koks in spé niet lusten: Dan zeg ik vaak:  “We maken het toch, want we zijn kok hè?”, lacht ze.

Verschil maken

Dat haar lessen daadwerkelijk verschil maken, leert Karen uit de ervaringen van ouders. Zo helpt ze regelmatig kinderen over een drempel, die niet alles durven te eten. Ik hoor regelmatig terug dat ze beter gaan eten, bijvoorbeeld doordat ze andere kinderen iets zien eten. Of ze proberen dingen uit, die ze eerder niet durfden. Laatst vertelde een vader me: “Mijn zoon heeft een tomaat aangeraakt! Dat was voor hem echt een dingetje.”

Voor kinderen met autisme speelt textuur van een product een belangrijke rol. “Als alles hard of zacht is, is het prima. Maar als het ertussenin zit, is dat voor hen een beetje gek. Denk bijvoorbeeld aan een sinaasappel: in een sinaasappelstukje zit sap en vruchtvlees in én er zit een velletje omheen. Wij staan daar niet zo bij stil, maar kinderen met autisme vaak wel. Dat vind ik ook het mooie: dat ze bij bepaalde dingen heel erg stil staan. Hoe het zonlicht naar binnen valt, hoe mooi een blaadje eruit ziet. Ze ervaren intenser.”

Complimentenvanger

Na Karens les gaan de gemaakte creaties altijd mee naar huis. En dat werkt als ideale complimentenvanger, weet Karen. “Ouders, familieleden of buren reageren dan natuurlijk altijd: ‘Wauw, heb jij dat gemaakt?’

Maar niet alleen de kinderen leren veel. “Ik heb geleerd hoe verschillend kinderen met autisme zijn en hoe groot het autistisch spectrum is. Elk kind is anders. Ik vind het heel fijn dat ik kinderen in mijn kooklessen de ruimte kan geven. Ze kunnen hier zichzelf zijn en plezier hebben.”

Speciaal voor kinderen met autisme, schreef Karen het boek 'Autisme en Koken'.

 

 

 

Karen maakte een fotoschema van voordeur tot start van de kookles. Zo weten de kinderen precies wat ze kunnen verwachten. 

Reacties

Deel dit bericht