Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

Liefde leidt Hongaarse Csongor Kelemen naar Urk

"Ik werd hier met open armen ontvangen"

Het is 2005 als de 17-jarige Alie vanuit haar kerk met een jeugdgroep naar het Roemeense Inaktelke vertrekt. In het Roemeense dorp wil de groep helpen én evangeliseren. Die reis verandert haar leven voorgoed: ze raakt smoorverliefd op de Hongaarse Csongor Kelemen. Hij behoort tot de Hongaarse minderheid die in Roemenië leeft. Inmiddels leven Alie en Csongor ruim drie jaar samen op Urk en heeft Csongor zijn draai helemaal gevonden. Hij geeft zelfs rondleidingen door de Urker steegjes, de ‘ginkies’: “Wie had ooit gedacht dat ik in één van die kleine huisjes op Urk zou gaan wonen?”

“We gingen er met busjes naartoe”, vertelt Alie over die allereerste ontmoeting met Csongor. “Hij stond ons al op te wachten, samen met zijn broer. Toen ik hem zag, dacht ik gelijk: “Wat een leuke jongen! En hij sprak nog Nederlands ook!”

 Donald Ducks

“Dat was ook de reden dat ik erbij was. Ik fungeerde als tolk”, vult Csongor aan. Als Csongor een jaar of 4 is, maakt hij voor het eerst kennis met de Nederlandse taal. “Mijn vader is predikant en had destijds veel contact met Nederlanders, waaronder predikanten. Zij smokkelden tijdens het communistisch regime bijbels naar Roemenië. Na de Roemeense revolutie ging mijn vader voor een vervolgstudie een half jaar naar Nederland. In het begin kon ik nog geen woord Nederlands, maar na een half jaar sprak ik het al”, weet hij nog.  Terug in Roemenië houdt hij zijn kennis van het Nederlands goed bij: “Ik heb veel Donald Ducks en Suskes en Wiskes gelezen”, lacht hij.

“Dit kan niet”

Ook voor Csongor betekent de ontmoeting met Alie liefde op het eerste gezicht: “Ze stapten één voor één de bus uit. Toen Alie uitstapte, dacht ik: “Daar is ze…”  In de twee weken die volgen, leren ze elkaar beter kennen en slaat de vonk echt over.

Als de twee afscheid nemen, belooft Csongor haar te mailen. “Gelijk na de Roemenië-reis ging ik met een vriendin en haar ouders naar Corsica. Elke dag ging ik naar het internetcafé om te kijken of hij me al had gemaild.” Haar geduld wordt snel beloond: “Ik heb het mailtje nog. Het was een gedicht, in het Nederlands”, vertelt ze enthousiast.

Hoewel Alie tot over haar oren verliefd is, zijn haar ouders in eerste instantie minder enthousiast. “‘Dat moet je echt niet doen’, zeiden ze. Maar toen ze hem die Kerst voor het eerst ontmoetten, waren zij ook om.”

Liefde op afstand

Zeven jaar lang heeft het jonge stel een lange afstandsrelatie: beiden studeren nog. Hij theologie, zij doet de PABO. Wél brengen ze elke vakantie bij elkaar door. “Toen mijn studie theologie klaar was, ben ik naar Nederland gekomen”, vertelt Csongor. Ze trouwen en vestigen zich samen in een huisje op Urk. “Ik heb nog een oude familievideo”, zegt Csongor. “Daar rijden we in een Lada door de kleine straatjes van Urk. Op die video zegt mijn vader: ‘Kijk, wat een mooie kleine huisjes hier.’ Wie had gedacht dat ik één van die huisjes zou gaan wonen?” Ook zegt hij: ‘Kijk, wat een mooie grote kerk. Het heet de Bethelkerk.’ Wie had gedacht dat ik daar, 25 jaar later – zou preken? Het is onwerkelijk hoe de Heer je wegen leidt”, vindt Csongor.

Met open armen

Veel moeite om in Urk te aarden, heeft Csongor nooit gehad. “Ik heb Urk niet als een gesloten gemeenschap ervaren. Maar ik weet niet hoe ze zijn als je hun geloof niet deelt”, zegt Csongor eerlijk. Alie vult aan: “Iedereen wist: Csongor wordt dominee. Hij werd met open armen ontvangen.” Dat Csongor zich al snel thuis voelt, komt volgens hem ook door de gelijkenissen die hij ziet met Roemenië. Inaktelke, de plek waar ik in Roemenië woonde, lijkt heel erg op Urk. We hechten waarde aan dezelfde normen: tradities, geloof en familie. Toen ik als kind wel eens op Urk kwam, vond ik het al een fascinerende plek: de cultuur, de visserij-achtergrond en de geschiedenis spreken me erg aan.”

 

Urkers praten

Er zijn wel een paar typische gewoonten waar hij aan moet wennen: “Dat je altijd en overal zoveel drinken aangeboden krijgt, bijvoorbeeld”, vertelt Csongor. “In Roemenië hebben we geen koffietijden, zoals jullie dat kennen. Wij drinken gewoon als we dorst hebben”, lacht hij.

Inmiddels spreekt Csongor niet alleen Nederlands, maar kan hij ook een woordje Urkers meepraten. “Maar dat doe ik niet als er Urkers bij zijn hoor, dan schaam ik me een beetje”, zegt hij met een lach.

Vis

Dat Csongor inmiddels goed is ingeburgerd, blijkt wel uit de werkzaamheden die hij naast zijn predikantschap doet. Zo helpt hij zijn schoonvader regelmatig in de vishandel: “In Roemenië eten we amper vis, maar ik ben er helemaal gek op”, vertelt hij enthousiast. “En als je op Urk vis eet, vind je nergens anders vis meer zó lekker.”

Ginkies

Maar er is nog iets waar Csongor veel energie uit haalt: het rondleiden van toeristen tijdens zogenoemde ginkiestochten. “Steegjes noemen ze hier op Urk ginkies. Ruim een jaar geleden zochten de organisatoren iemand die een groep Hongaarse toeristen wilde rondleiden. Weer later zochten ze iemand die Roemeens, Engels of Duits kon spreken. Uiteindelijk vroegen ze of ik gids wilde worden.” Dus trekt hij in de zomermaanden zo’n twee, drie keer per week met een horde toeristen door de ginkies van Urk. “Ik vertel dingen die Urkers misschien niet over zichzelf vertellen. Bijvoorbeeld dat ze op vakantie altijd een ‘klein Urk’ willen maken. Alles gaat mee dan mee: de visbakpan, de rookton, de hele tuinset. Ze proberen echt de gezelligheid van Urk na te bootsen. Dan zie je ze genieten. Dat vind ik zo leuk!”

Tijdens de rondleiding heeft één bezienswaardigheid een bijzonder plekje in zijn hart: de vuurtoren. “Daar hebben Alie en ik voor het eerst gekust”, herinnert hij zich maar al te goed.

Roemenië

Hoewel Csongor in Nederland regelmatig op de kansel staat, gaat hij steevast één week in de maand terug naar Roemenië. “Ik ben verbonden aan de Hongaarse Gereformeerde Kerk in Roemenië. Daarnaast geef ik les op de theologische universiteit. Ik vind het ook fijn om regelmatig in Roemenië te zijn. Dan val ik ook niet geheel uit de handen van mijn familie daar.” Ook Alie reist elke zes weken met ons zoontje Benjámin naar Roemenië, om zo het contact met haar schoonfamilie te onderhouden.

Gezegend

Of de twee het mooie Urk ooit inruilen voor een bestaan in Inaktelke, kunnen ze nu nog moeilijk inschatten: “We kijken vaak maar een jaar of vier, vijf vooruit. Ik besef inmiddels dat waar je ook bent, God je kan gebruiken”, weet Csongor. “Wij leven onze droom nu al”, vult Alie aan. “Elke dag zeggen we tegen elkaar hoeveel we van elkaar houden en hoe gezegend we zijn.”

Reacties

Thema's