Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

Van kleuterjuf naar restauranteigenaar

Samen met haar man Lambert begint Els aan misschien wel het grootste avontuur van hun leven. Ze blazen een oud en vergaan restaurant nieuw leven in, om daarmee jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt een veilige plek te geven waar ze weer op eigen benen kunnen gaan staan.

Als Els het pand ziet waarin het restaurant gevestigd moet worden zakt de moed haar in de schoenen. “Toen ik zag in welke staat het verkeerde zag ik het totaal niet zitten, er moest zóveel gebeuren. De mensen in de buurt noemden het ook wel het spookhuis,” vertelt Els. Maar Lambert en Els besluiten toch de sprong te wagen. Een half jaar lang werken ze als gekken.

Familiebedrijf
Ook drie dochters van Lambert en Els werken volop mee. Hoewel ze zich in het begin nog wel eens hoofdschuddend afvragen of het allemaal wel goed komt met het idealisme van hun ouders, zetten ook zij de schouders eronder. Twee dochters hebben wel horecaervaring en helpen Els met de bediening en de aankleding. “Als ik het zelf ga doen, dan hoor ik om de haverklap: dat kan ECHT niet hoor mam!” 

Stug volhouden
Het restaurant kwam er uiteindelijk, maar daar zag het niet altijd naar uit. Afgelopen januari kunnen ze in de verbouwing niet meer voor- of achteruit. In die periode is ook de moeder van Els heel ziek en komt te overlijden. “In die periode luisterde ik veel naar een liedje van Matthijn Buwalda: we zijn niet tot hier gekomen om de handdoek in de ring te gooien. Dat heb ik tot april gezongen en zo ben ik erdoorheen gekomen.” 

Als Els ziet hoe de jongeren die in het restaurant helpen tot bloei komen, is het de zware periode zeker waard. Dat vindt ze geweldig. “Dat zal die juf in mij wel zijn,” lacht Els. Voor de jongeren is het een geweldige plek waar ze echt zichzelf kunnen zijn. “Hier gelden voor mij geen extra regels, ik ben net als iedereen,” zegt één van hen. Els geniet er volop van om met de jongeren bezig te zijn en te zien hoe ze groeien. “Mensen zeggen vaak dat we trots mogen zijn. Ik ben vooral dankbaar en blij. Wat klinkt dat idealistisch he? Ja, misschien hadden onze kinderen wel een beetje gelijk.”

Reacties

Deel dit bericht