Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

“Ik doe wat mijn hart me ingeeft”

Dicky Bruins woont in Wezep, op de Veluwe, maar gaat twee a drie dagen per week op en neer naar Amsterdam om zich in te zetten voor dak- en thuislozen bij het inloophuis De Tweede Mijl. Ze komt niet alleen, maar neemt altijd een busje vol vrijwilligers mee. “Mensen vragen mij dan: ‘waarom doe je dat eigenlijk?’ Dat begrijpen ze niet. Wij geven ze een stukje liefde wat ze zelf niet gehad hebben.”

Zo’n achttien jaar geleden komt Dicky voor het eerst bij het inloophuis. “Mijn man had toen nierkanker. Voor hem kon ik niet zoveel doen en in die tijd kwam er bij mij een verlangen om vrijwilligerswerk specifiek met mensen te doen. Ik deed al wel veel dingen in de kerk, bijvoorbeeld voor het secretariaat, maar ik wilde echt iets doen voor mensen die dat nodig hebben.” Dicky raakt in gesprek met de oprichter van De Tweede Mijl en hij nodigt haar uit een keer te komen kijken. “De eerste keer was ik al verslaafd aan de doelgroep. Ik heb er op geen enkele manier ervaring mee, maar ik voelde me daar thuis. En dat gevoel is tot op de dag van vandaag niet weg gegaan.”

Pindakaas en jam
Eerst combineert Dicky het vrijwilligerswerk nog met haar kantoorbaan, maar zes jaar geleden heeft ze die baan opgezegd en nu is zij coördinator bij De Tweede Mijl. “Hier ligt echt mijn hart. Het is ook fijn dat ik vanaf de werkvloer ben doorgestroomd naar deze functie. Ik weet alle ins en outs.” In het inloophuis kunnen dak- en thuislozen terecht voor eten, warmte en wat gezelligheid. De hele bevoorrading komt uit Nunspeet. “We hebben hier wat bakkers en slagers die eten aan ons doneren en ook met dankdag zamelen we van alles in. Dan maak ik lijstjes van houdbare producten en vervolgens brengen mensen bijvoorbeeld pindakaas, jam en soep mee naar de kerk. Dat brengen wij dan naar onze opslag en daar kunnen we een hele tijd mee vooruit. We krijgen net niet alles gesponsord, maar wel heel veel.”

Rust
Maar waarom laat Dicky de rustige Veluwe achter zich om in Amsterdam voor dak- en thuislozen te zorgen? Het is zeker niet de makkelijkste doelgroep die ze kiest. “Ik had ook niet verwacht dat het me zo goed zou bevallen. De mensen ruiken niet altijd even fris, zijn ook niet altijd even aardig tegen mij en soms zijn ze onder invloed. Maar ik heb daar geduld mee. God zorgt ervoor dat je krijgt wat je nodig hebt.”

Dicky peinst er niet over te verhuizen naar Amsterdam. “Ik vind het altijd heerlijk als ik weer op de Veluwe ben. Ik moet reizen voor mijn werk, maar dat doe ik al zo lang, daar ben ik nu wel aan gewend geraakt. Ik ben daar geplaatst, niet in Zwolle. Het is goed zo.” 

Weer de straat op
Elke dag vanaf 11 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags kunnen de mensen bij De Tweede Mijl binnenlopen. Daarna moeten ze weer de straat op. “Dat is soms wel lastig, zeker als iemand er emotioneel echt doorheen zit. Wat ik dan altijd voor ogen houd is dat ik niet om half 3 met diegene ga praten en om hem of haar dan een half uurtje later weg te sturen. Als ik zie dat het niet goed gaat met iemand ga ik al eerder het gesprek aan, zodat diegene zich tegen de tijd dat we moeten sluiten weer helemaal teruggevonden heeft.” Dicky vindt het niet per se lastig dat ze de mensen dan weer de straat op moet laten gaan. “Ik ben blij dat we ze binnen kunnen laten. Het is nu koud buiten, mensen lopen veel, sjouwen de hele dag. Hier is het warm, ze kunnen hier eten en drinken en vooral ook even uitrusten.”

Meer dan onderdak
De Tweede Mijl heeft een christelijke oorsprong en vindt het belangrijk meer te bieden dan alleen onderdak. “Hier mogen de mensen gewoon even zijn. Ik ga graag het gesprek aan met ze, maar ook als ze daar geen behoefte aan hebben is het prima. Dat is iets wat je moet aanvoelen. Soms zie je dat iemand liever met rust gelaten wordt. Je moet de mensen leren kennen. In de Tweede Mijl heerst rust, het is hier schoon en licht. We dragen er aan bij dat mensen niet hoeven te beroven of wat dan ook. De wijkagent is ook blij met ons, anders was er nog veel meer overlast geweest. We geven eerste hulp aan de mensen zelf.”

Eenzaamheid
In al die jaren ontmoet Dicky veel bijzondere mensen. Gelukkig is haar werk niet uitzichtloos. Regelmatig maakt ze het mee dat iemand toch weer goed terechtkomt. “Een tijdje geleden kwam er een jonge man binnen. Iemand had hem meegenomen en gezegd: je moet eens met Dicky praten. Hij zag er netjes verzorgd uit, maar emotioneel zat hij er helemaal doorheen. Hij vertelde mij zijn verhaal van een moeilijke, eenzame jeugd en hoe hij uiteindelijk van het padje is geraakt. Hij ging veel werken en feesten, alles om maar niets te voelen. Als hij maar niet bij zichzelf hoefde te komen.”

“En dat is toen helemaal fout gegaan. Hij kreeg schulden, kwam met de verkeerde mensen in aanraking en belandde op straat. Die jongen was zo verdrietig. Hij wilde eerst alles weer op de rit hebben voordat hij zijn familie onder ogen durfde te komen, maar ik heb hem geadviseerd juist eerst zijn familie te bellen, want die waren ongetwijfeld heel erg ongerust. Dat hebben we toen samen gedaan. Op het moment dat hij zijn zus aan de telefoon kreeg, begon hij zo vreselijk te huilen. Dat was zo bijzonder, dat ik hem zo mocht troosten en hen weer samen kon brengen. Dat ik daarin iets voor hen kon betekenen. Ik zeg dan altijd: ‘Jij bent gestuurd, wij mochten iets voor jou doen en dat vonden wij geweldig’.”

Knipoog van God
“Ik blijf hoop houden. Soms krijg ik ook een knipoogje van boven, als iemand een e-mail stuurt of weer eens langskomt om te vertellen dat hij weer zelfstandig woont. Het is een zaaiveld en de oogst is voor God. De dingen die wij nu zeggen en doen, daar gebeurt iets mee. Nu of later, maar deze mensen komen weer op het goede pad. Een goede houding is het belangrijkste. Vanuit liefde de mensen helpen. Ik doe wat mijn hart me ingeeft. Mensen zeggen ook: ‘Hier proef ik liefde en word ik echt gezien’.”

Naast haar vrijwilligerswerk in Amsterdam heeft Dicky ook haar eigen project met straatjongens in Kenia. Voor meer informatie daarover kunt u kijken op http://wijinkenia.nl

Reacties