Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

Een kanjer met een missie

In Oldebroek kent vrijwel iedereen hem: de 13-jarige Jesse Mulder. Jaarlijks gaat hij in zijn woonplaats langs de deuren om sponsoren te werven voor fietstocht ‘Toer de Dellen’: een sponsortocht waarbij hij en andere deelnemers geld inzamelen voor Stichting Kinderen Kankervrij (KiKa). Maar ook voor Stichting Opkikker en VOKK (Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker) zet hij zich vol passie in: “Ik wil heel graag iets voor andere kinderen terugdoen.”

Sinds 2013 fietst hij al ruim €30.000,- binnen voor KiKa en leveren ruim 18.000 ingezamelde mobiele telefoons een mooi bedrag op voor Stichting Opkikker en VOKK: het zijn indrukwekkende cijfers die Jesse Mulder op z’n teller heeft staan.

Dat juist deze goede doelen een bijzondere plek in zijn hart hebben, heeft alles te maken met zijn eigen verhaal, dat begint op Oudjaarsavond 2010. Voor velen van ons een onbezorgde avond waarbij familie, oliebollen, vuurwerk en het bedenken van goede voornemens centraal staat. Maar niet voor Jesse, want op die bewuste avond in 2010 staat de wereld van Jesse en zijn familie even stil.

Foute boel
“We waren al eerder bij de huisarts geweest omdat Jesse zo’n buikpijn had”, vertelt Thérèse, moeder van Jesse. De arts vermoedt verstopte darmen en geeft medicatie mee. Als Jesse zich steeds slechter gaat voelen, trekt Thérèse onmiddellijk aan de bel: “Oudjaarsavond viel in het weekend, maar één ding wist ik zeker: ‘Ik ga hier niet het weekend mee in.’

De huisarts stemt in met een doorverwijzing en binnen een half uur zitten ze in het ziekenhuis van Zwolle. “Toen de kinderarts aan Jesses buik voelde, wist hij gelijk dat het foute boel was”, weet Thérèse. Een echo bevestigt die conclusie. “Het is heel ernstig”, constateert een bedrukte kinderarts. “In Jesses buik zit een kwaadaardige tumor. Waarschijnlijk is er geen hoop meer voor hem.”

Je wereld vergaat bijna

Geen tijd te verliezen
“Dit kan niet!”, was mijn eerste gedachte toen we het slechte nieuws kregen. Op zo’n moment vergaat je wereld bijna”, herinnert Thérèse zich. Tijd om de klap te verwerken krijgt ze op dat moment niet: “Mijn man en ik hadden allebei vijf minuten om het thuisfront te bellen. Daarna moest Jesse met de verpleegkundige mee voor allerlei onderzoeken.” In plaats van een glas kinderchampagne drinkt Jesse die avond contrastvloeistof, zodat artsen de volgende dag met een PET-scan zijn lichaam verder kunnen onderzoeken.

Bidden
In het Universitair Medisch Centrum Groningen stelt de kinderoncoloog al snel de definitieve diagnose vast: lymfeklierkanker. Zijn lichaam is van zijn buik tot zijn rug bezaaid met tumoren. “Dan weet je dat het kanker is, maar meer ook niet”, zegt Thérèse. Jesse blijkt Burkitt lymfoom te hebben, de meest agressieve vorm van Non-Hodgkin. Hoewel de tumor zich per dag verdubbelt, is de overlevingskans groot.

Ondanks de enorme schok herpakt het gezin zich al snel: “Vanaf het begin af aan hebben we gezegd: ‘we gaan hier samen voor!” Bij de kerkdienst van diezelfde oudjaarsavond laten ze gelijk voor Jesse bidden. “Ik realiseerde me dat we gebed hard nodig hadden”, beseft Thérèse.

“Als ik niet beter word”
In de maanden die volgen, zijn er zware, maar ook hele waardevolle momenten voor het gezin, dat naast Thérèse en Jesse op dat moment uit vader Wichard en zoon Nathan bestaat. “Het ziekenhuis wordt een tweede thuis: je bouwt een bepaald ritme op. Op goede momenten deden we samen spelletjes. Daarnaast hebben we enorm veel gelachen. Voor ons is het ook een hele waardevolle tijd geweest, juist omdat je zó intensief voor Jesse zorgt. Voordat hij ziek werd, leidden we soms best een jachtig leven. In het ziekenhuis leer je dat er hele andere dingen belangrijk zijn. Je beseft dan echt hoe waardevol het is dat God je als gezin aan elkaar heeft gegeven”, vindt Thérèse.

Eén van de heftige momenten die haar is bijgebleven, is het gesprek tussen haar en Jesse als hij begin januari even naar huis mag. “We zaten samen in bad en hij zei: ‘Mam, als ik niet beter word, is het ook goed. Ik weet waar ik naartoe ga.’ Op zo’n moment breekt je hart, maar ik vond het ook een enorme bemoediging dat hij weet dat hij naar God gaat.” Die berusting in het geloof herkent Thérèse maar al te goed: “Het klinkt misschien gek, maar ik heb vaak een hand van God op mijn schouder gevoeld. Dat gaf mij een enorme bemoediging om door te gaan. Net als de kerkgemeente die biddend om ons gezin heen stond: het houdt je echt op de been."

Goed nieuws
Na vijf pittige chemokuren volgt op 1 april 2011 het verlossende nieuws: de kanker is weg! Een moment dat Thérèse nooit vergeet: “Ik was op de gang aan het bellen, toen de oncoloog langsliep en me wenkte. Ze vertelde me gelijk het goede nieuws. Wat je op zo’n moment voelt, is bijna niet te beschrijven.” Samen met de oncoloog brengt Thérèse het goede nieuws aan de rest van het gezin: “Een bijzonder moment, met de nodige vreugdetranen. Ik ben diep dankbaar dat Jesse gespaard is, ook al had ik al die tijd het vertrouwen dat het goed af zou lopen.”  Eén belangrijke Bijbeltekst in het bijzonder is voor haar Filippenzen 4: 6 en 7:  ‘Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.’

Vooruit kijken
Hoewel Jesse het predikaat ‘schoon’ krijgt, zijn de jaren die volgen niet helemaal zorgeloos. “De kans bestaat dat Jesses’ vorm of een andere vorm van kanker binnen vijf jaar terugkomt. Daar ben je in je achterhoofd wel mee bezig”, legt Thérèse uit. In april van dit jaar volgt de laatste controle van die vijf jaar: “Hoe dichter we bij Groningen kwamen, hoe meer buikpijn ik kreeg”, herinnert Thérèse zich. Gelukkig brengt de oncoloog wederom goed nieuws: Jesse is gezond! “Ik kan het loslaten, het is klaar nu”, vertelt Thérèse opgelucht. Toch blikt ze nog regelmatig terug op de periode die achter hen ligt. “Volwassenen zijn geneigd om terug te kijken. Kinderen veel minder: die kijken vooruit.”

Dat geldt ook voor Jesse, die als 13-jarige volop van het leven geniet: “Het gaat prima met me! Ik zit in Havo 2 en ga weer hele dagen naar school.” Voor hem is het verschil voor en na zijn ziek-zijn niet zo groot: “Eigenlijk is het zoals het altijd was, alleen hebben we nu de goede doelen erbij. Die zijn voor mij heel belangrijk”, legt hij uit. Zo krijgt hij tijdens zijn ziekenhuisopname via Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker (VOKK) een ‘Kanjerketting’: een ketting waarbij elk kraaltje een behandeling of andere gebeurtenis tijdens het ziekteproces symboliseert. Ook Stichting Opkikker laat van zich horen: na zijn ziekenhuisopnames krijgt hij een heuse Opkikkerdag. “Dat was heel leuk”, blikt hij terug. “Daarom zamel ik voor deze doelen ook oude mobiele telefoons in. Andere kinderen hebben zich ook voor mij ingezet, ik wil heel graag iets terug doen.”

Waardevol
Soms besteden Jesse en zijn moeder wel twintig uur per week aan al het vrijiwlligerswerk voor KiKa, VOKK en Stichting Opkikker. Bij supermarkten in Oldebroek en omgeving staan inzamelpunten voor oude mobiele telefoons en ook zoekt Jesse via mail en Facebook contact met telecombedrijven om mobieltjes op te vragen. Het is tijd die ze met liefde aan de goede doelen besteden: “Voorheen gaven we geld aan collectes, maar waren we niet actief voor goede doelen bezig”, vertelt Thérèse. “Door Jesses ziekte hebben we gemerkt hoe belangrijk Stichting Opkikker, de kanjerketting en KiKa is.”

Hoe intens de periode ook is die achter hen ligt, Jesses’ ziekte brengt het gezin, het geloof en het omzien naar de medemens dichterbij. “Binnen ons gezin hebben we meer oprechte aandacht voor elkaar. We nemen echt de tijd om gezellig te kletsen of een spelletje te doen”, merkt Thérèse. “Ook ben ik dichter bij God komen te staan. Hoe kleiner je bent, hoe dichter je bij God komt te staan.”

Maar Jesses ziekte levert Thérèse nog een nieuw inzicht op: “Ik kan me nu veel meer inleven in mensen die door een ziekteproces heengaan. Niet alleen de zieken zelf, maar ook de mensen eromheen. Die hebben het vaak net zo zwaar. Ook heb ik gemerkt hoeveel een kaartje kan doen: in de 4,5 maand dat Jesse in het ziekenhuis lag, kreeg hij meer dan 1000 kaartjes! Eerder twijfelde ik nog wel eens als ik een kaartje voor iemand wilde kopen: ‘dat komt wel een keer’. Maar nu weet ik hoe belangrijk dat is!” Ook vindt het gezin de betrokkenheid van de inwoners van Oldebroek heel bijzonder: “Het is hartverwarmend, het medeleven dat we al die tijd hebben gehad. En elk jaar zijn ze bijzonder vrijgevig als Jesse langskomt om sponsorgeld op te halen voor de Toer de Dellen. Ik besef me nu hoe waardevol je als medemens voor elkaar mag zijn.”

Op naar de 20.000
Hoewel Jesse met zijn 18.000 ingezamelde mobieltjes al van grote waarde is geweest voor Stichting Opkikker en VOKK, zit hij voorlopig niet stil. Nieuw doel: 20.000 ingezamelde oude telefoons. Want Jesse heeft maar één vurige wens: “Ik hoop dat iedereen van deze ziekte geneest.”

 

Heeft u ook nog een oude mobiele telefoon die u wilt doneren? Ga dan naar de site van Jesse: https://jessemulder.wordpress.com 

Reacties

Deel dit bericht