Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

6 tips: Hoe ga je om met PTSS in je directe omgeving?

John Pronk gaf ons een indrukwekkend inkijkje in het leven van iemand die lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. Maar de ziekte heeft ook invloed op het leven van de naaste omgeving. Hoe ga je bijvoorbeeld als partner om met iemand die lijdt aan PTSS? Vera is getrouwd met John en heeft net als hem dagelijks met PTSS te maken. Zij geeft ons zes tips. 

1.     Zoek informatie over waar het PTSS is opgelopen
Van de uitzendingen waar John is geweest zijn veel films. John vertelt er niet zoveel over, omdat hij mij er niet mee wil lastig vallen. Het kijken van zo’n film geeft ‘de gewone burger’ een idee van wat zich daar heeft afgespeeld. Het helpt om je te verdiepen in waarom iemand iets heeft opgelopen en hoe die situatie kan zijn geweest. 

2.     Vermijd zoveel mogelijk triggers
Bij iemand met PTSS is het handig om zoveel mogelijk triggers te vermijden. De triggers zijn per persoon verschillend, afhankelijk van hoe iemand PTSS heeft opgelopen. Zorg dat je die triggers herkent en ze zoveel mogelijk vermijdt. In John’s geval kan het zoeken van een parkeerplekje bijvoorbeeld al een trigger zijn, omdat er daar dingen gebeuren waar hij geen invloed op heeft. 

3.     Zoek contact met lotgenoten
In Doorn zit Stichting de Basis gevestigd. Zij organiseren partner-weekenden. Twee keer per jaar is er een weekend waar iedereen die hiermee te maken heeft samenkomt. Dan praten we over hoe je ermee omgaat en wat je eraan kan doen om het makkelijker te maken voor jezelf. Daarnaast heb je op Facebook verschillende besloten groepen. Je kan er je ei kwijt en herkent ook best veel dingen. Dat helpt. 

4.     Schrijf dingen die je aan iemand met PTSS wil vertellen op
Een poos geleden zag ik op tv dat de brandweer everzwijntjes uit het water had gered. Nadat ze gered waren zijn ze doodgeschoten. Dat vertelde ik aan John, want dat vond ik zo apart. Kom ik terug van de wc, vertelt John precies hetzelfde verhaal aan mij. Soms zit hij zo in z’n eigen wereld, dat hij dit soort dingen gewoon echt niet hoort. Daarom schrijf ik dingen die ik graag wil vertellen even op en vertel ik het ’s avonds, als onze dochter van zeven in bed ligt. Dan is het ook rustiger en komt het beter aan bij John. 

5.     Wees zo duidelijk mogelijk
Als John een onverwachte knal hoort kan hij schrikken, want dat klinkt alsof er geschoten wordt. Dat kan bijvoorbeeld al zijn als er een ballon knapt. Onze dochter houdt natuurlijk van ballonnen, bijvoorbeeld met een verjaardag. Als ik er dan één kapot maak zeg ik het even van te voren. Als je het aangeeft weet hij dat er iets te gebeuren staat en is het minder erg. 

6.     Zorg voor voldoende rust, ritme en regelmaat
Ik probeer altijd voor rust, ritme en regelmaat in huis in te zorgen. Als John thuiskomt en ik merk dat hij moe is, dan zeg ik tegen hem dat hij even een half uurtje moet gaan liggen. Ook al vindt hij het zelf niet direct nodig, zegt hij na dat half uurtje dat ik wel gelijk had.

Gerelateerde uitzendingen

Reacties