Maandag t/m Donderdag 17:50 u op NPO 2

“We hebben alles van Hem gekregen, dan geef ik dit toch terug?”

De oplettende wandelaar en fietser zal het al gauw opvallen: overal in het Zuid-Limburgse Landschap staan langs de weg of op kruispunten kruisen; alle soorten en maten. Crucifixen met of zonder tekst, bloemen of versieringen. Waar komen die kruisen vandaan, wie heeft ze daar neergezet en wie onderhoudt ze?

Jan Willem den Bok gaat op onderzoek uit en belandt in het schuurtje van de Limburger Wiel Erven. Uit dit schuurtje zijn al veel kruisen gekomen, nieuw of weer zo goed als nieuw. Dit is wat de bescheiden Wiel doet en hier vindt hij zijn voldoening in. Samen met een andere wegkruisfanaat en vriend, Chris Willems, gaat Wiel vandaag een nieuw kruis plaatsen. En daar moet in Limburg natuurlijk ook de schutterij en de pastoor ook aan te pas komen.

Hoe het begon

"Dat Wiel structureel aan wegkruisen werkt komt door een vriend van hem, Bert Melchior, die recent is overleden. "Hij vroeg mij eens naar zijn antenne te kijken op zijn huis. En hij was via de heemkunde vereniging ook bezig met wegkruisen. en zo bracht hij eens wat kruisen ter reparatie bij me. Dat is nu dertig jaar gelden." 

Geloof

Wiel is een gelovig man. “Ik ga elke week naar de kerk. Ik ben heel gelovig.” Zijn vrouw is niet zo’n kerkganger maar gelooft wel. Samen zijn ze een mooi stel. Hij plaagt haar af en toe een beetje en je ziet dat er echt wel liefde is tussen die twee. “Maar om je te gedragen zoals het moet, heb je de kerk niet nodig he?”

Dat Wiel wel naar de kerk gaat, heeft hij van huis uit meegekregen. "Maar er is ook wel een periode geweest dat ik niet zo ging, maar sinds een jaar of dertig ga ik weer trouw." Hoe dat zo komt? "Weet ik niet. Misschien schuldgevoel?" En dan lacht Wiel weer wat. Bij hem thuis in de tuin hangen er wel dertig kruisen aan de schutting. Daarvoor staat een groot kruis dat wel van een kerktoren lijkt te zijn gewaaid. Daaraan een christus. “Dat is mijn lievelingskruis. Daar bid ik elke morgen even. Dan vertel ik hem wat ik ga doen vandaag.” 

Christus van ijzerdraad

Wiel heeft dus in de mijnbouw gewerkt maar hij is daar zelf wat schamper over. “Ik werkte bovengronds, we berekenden hoe de mijnschachten moesten lopen.“ Dus ook in de metaalbewerking gewerkt en is daardoor natuurlijk de aangewezen persoon om de veelal gietijzeren wegkruisen te repareren. “Was er eens een vrouw die kwam bij me omdat haar gietijzeren kruis voor haar huis in wel 44 stukken was geslagen. Gietijzer breekt heel gauw en jongelui maken die nog wel eens stuk. Ik stelde nog voor er een nieuw kruis te plaatsen maar dat wilde ze niet. Haar man die overleden was, had dit kruis nog geplaatst omwille van hun zoon die ziek was ofzo. Dus ik heb het stuk voor stuk bij elkaar gelegd en gelast. Je zag er niets meer van. Maar een paar jaar later was het weer in stukken geslagen. En weer vroeg ze me om het te repareren. Dat heb ik gedaan maar ik zei: zet het nu maar in je achtertuin, dan maak ik wel een nieuw kruis voor voor het huis.” En Wiel maakte toen een modern stalen kruis met een Jezus bestaande uit ijzerdraad. Wiel heeft nog een voorbeeld liggen. Een echt hufterproof kruis dus. “Zag er ooit zo een op een graf. Dat vond ik zo leuk. Die ben ik na gaan maken.”

Of hij boos is op de jongeren die dat doen? “Ach nee, zij zorgen dat ik weer werk heb,” lacht Wiel.

Niets kosten

Momenteel is Wiel bezig met een kruis dat vlakbij hem op het kruispunt staat. “Daar wordt de weg nu opengebroken en dat is gelijk een mooie gelegenheid om het wegkruis daar even onder handen te nemen. Ik heb hem eraf gehaald en hij krijgt een onderhoudsbeurt. Ik heb dat kruis 25 jaar geleden geplaatst. Met een stuk staal dat ik van een vriend heb gekregen. Die het voor me op maat gesneden heeft.” Hij haalt een loeizwaar kruis tevoorschijn. “Maar meestal gebruik ik nu voor een kruis gewoon stalen platte buizen die ik aanpas. Wie ziet dat? Het mag niets kosten.”

Zo ook het kruis dat op 5 juni geplaatst moet worden in Mechelen. Hij heeft het rood geschilderd. “Ja, dat is toch mooi? Weer eens wat anders dan zwart.” Wiel is tevreden: “Ben zelfs een beetje verliefd op het verfwerk. Tja, rood. Ik had het potje ook nog staan hoor. Het mag niets kosten, he.”

Wiel doet dit al zo’n dertig jaar nu. En hij heeft er nog steeds schik aan. Hij kan zelfs de armen en benen van verschillende christussen combineren als dat moet. Aan de muur in zijn schuurtje hagen alle soorten en maten en verder liggen er nog halve en hele op de plank. “Een beetje friemelen met die armen zodat het past.”

Het werk aan de kruisen doet Wiel voor niets. “Kijk, ik heb alles al. Het huis waar we wonen hebben we ooit van mijn schoonouders gekregen. Gekregen. We hebben het goed. We hebben alles van Hem gekregen, dan geef ik dit toch terug?” En hij probeert de onderdelen ook gratis bij elkaar te sprokkelen. Zo krijgt het nieuwe wegkruis in Mechelen een steen die hij weer van een vriend, een steenbewerker heeft gekregen. “Daar zat een foutje aan of iets.”

Reacties

Thema's